← Terug naar kennisbank HOSTING

DNS records uitgelegd — A, MX, CNAME en TXT in mensentaal

DNS lijkt eng. In de praktijk is het een telefoonboek met een paar regeltypes. Als je weet wat je leest, kun je de meeste hosting- en mail-issues zelf snappen — en het verschil zien tussen een echt probleem en paniek.

Sta je tegenover een DNS-paneel met termen als "A", "CNAME" en "TTL", en heb je geen flauw idee wat je aan het doen bent? Welkom — je bent niet de enige. DNS heeft de reputatie ingewikkeld te zijn, maar dat valt mee. Het zijn een handvol regeltypes met elk een specifieke taak, en zodra je ze één keer doorhebt blijven ze hetzelfde.

Dit artikel legt uit wat DNS is, welke records je kunt tegenkomen, en hoe je ze in de praktijk gebruikt — zonder onnodige technische diepte.

Wat is DNS eigenlijk?

DNS staat voor Domain Name System. Het werkt als een gigantisch telefoonboek voor het internet. Computers communiceren met elkaar via IP-adressen — getallenrijen zoals 185.12.34.56. Maar mensen onthouden geen getallen, mensen onthouden namen. DNS vertaalt domeinnamen naar IP-adressen.

Wat er gebeurt als jij jouwsite.nl in je browser typt:

  1. Browser vraagt: "Wat is het IP-adres van jouwsite.nl?"
  2. De vraag gaat naar een DNS-resolver (vaak die van je internetprovider of Cloudflare's 1.1.1.1)
  3. De resolver vraagt het door aan een keten van servers en krijgt uiteindelijk antwoord van de "authoritatieve" DNS-server voor dat domein
  4. Het antwoord komt terug: "185.12.34.56"
  5. Browser maakt verbinding met dat IP en haalt de website op

Dit hele proces duurt typisch onder de 50 milliseconden. Caching op verschillende niveaus zorgt dat je niet elke keer dezelfde vraag opnieuw stelt — daarover later meer (zie TTL).

De belangrijkste record-types

Een DNS-zone bevat verschillende soorten regels, elk voor een ander doel. Hier zijn degene die je in de praktijk tegenkomt.

A record — domein naar IPv4-adres

De meest voorkomende record. Koppelt een naam aan een IPv4-adres.

Type: A
Naam: @
Waarde: 185.12.34.56

De @ betekent het hoofddomein zelf (jouwsite.nl). Wil je een subdomein, dan zet je de naam van dat subdomein neer:

Type: A
Naam: shop
Waarde: 185.12.34.56

Dit zorgt dat shop.jouwsite.nl naar hetzelfde IP wijst (of een ander, als je shop op andere hosting draait).

Pas op met @ in je DNS-paneel: niet elke provider gebruikt dezelfde notatie voor het hoofddomein. Sommige interfaces verwachten letterlijk een @. Andere (vooral Nederlandse hosters zoals TransIP, Mijndomein en DirectAdmin) vullen automatisch je domeinnaam in zodra je niets invult, of tonen jouwsite.nl waar in dit artikel @ staat. En weer anderen accepteren een leeg veld of een enkele punt (.). Tweemaal je domein typen (zoals jouwsite.nl.jouwsite.nl) is een klassieke fout — als je twijfelt, kijk naar de andere bestaande records in het paneel om te zien welke conventie jouw provider gebruikt.

AAAA record — domein naar IPv6-adres

Hetzelfde als een A-record, maar dan voor IPv6 (de nieuwere generatie IP-adressen). Niet elke hosting biedt IPv6 aan, en niet elke bezoeker heeft IPv6 — daarom blijft een AAAA aanvullend, niet vervangend.

Type: AAAA
Naam: @
Waarde: 2a02:1810:1234:5678::1

Heeft je hosting IPv6? Voeg dan zowel een A als AAAA toe. Bezoekers met moderne netwerken krijgen IPv6, anderen vallen netjes terug op IPv4.

CNAME record — een alias naar een andere naam

Een CNAME wijst niet naar een IP-adres, maar naar een andere domeinnaam. Handig als je niet wil hardcoden naar een IP dat morgen kan veranderen.

Type: CNAME
Naam: www
Waarde: jouwsite.nl

Dit zegt: "www.jouwsite.nl is een alias van jouwsite.nl". Wijzigt het IP van jouwsite.nl, dan volgt www automatisch.

CNAMEs worden veel gebruikt voor externe diensten:

Type: CNAME
Naam: shop
Waarde: jouwbedrijf.shopify.com
Belangrijke regel: CNAMEs mogen nooit op het apex (@, je hoofddomein) staan. Het apex moet altijd een A of AAAA record hebben. Een CNAME op het apex botst namelijk met andere verplichte records (zoals SOA en NS) en breekt mail. Sommige DNS-providers bieden "ALIAS" of "ANAME" als workaround — die simuleren CNAME-gedrag op het apex.

MX record — waar gaat mail naartoe?

MX staat voor "Mail eXchanger". Dit record vertelt de wereld waar mail voor jouw domein heen moet. Je kunt meerdere MX-records hebben, met een prioriteit:

Type: MX
Naam: @
Prioriteit: 10
Waarde: mail.jouwsite.nl

Type: MX
Naam: @
Prioriteit: 20
Waarde: backup-mail.jouwsite.nl

Verzendende mailservers proberen eerst de laagste prioriteit (10), en pas bij falen de hogere (20). Lager getal = hogere prioriteit (verwarrend, maar zo is het ooit afgesproken).

Voor Microsoft 365 ziet het er bijvoorbeeld zo uit:

Type: MX
Naam: @
Prioriteit: 0
Waarde: jouwbedrijf-nl.mail.protection.outlook.com

TXT record — vrije tekst voor verificatie en authenticatie

Een TXT record bevat tekst. Niet voor mensen — voor andere systemen die jouw domein willen verifiëren of authenticeren. Veelgebruikt voor:

  • Domein-verificatie: Google, Microsoft of Mailchimp vragen je om een specifieke string in een TXT-record te plaatsen, om te bewijzen dat je eigenaar bent
  • SPF: bepaalt welke servers namens jouw domein mogen mailen
  • DKIM: bevat een publieke sleutel waarmee mailservers handtekeningen verifiëren
  • DMARC: policy voor wat te doen als SPF of DKIM falen

Voorbeeld van een SPF-record:

Type: TXT
Naam: @
Waarde: v=spf1 include:_spf.google.com -all

Wil je SPF, DKIM en DMARC goed instellen? Lees dan het complete artikel daarover — daar gaat het in op de details, valkuilen en hoe je 'm test.

NS record — wie beheert deze DNS-zone?

NS staat voor "Name Server". Dit record wijst aan welke servers gezaghebbend zijn voor jouw domein. Bij de meeste registrars stel je dit in op het registratie-niveau (niet binnen de zone zelf).

Type: NS
Naam: @
Waarde: ns1.jouwhostingprovider.nl
Type: NS
Naam: @
Waarde: ns2.jouwhostingprovider.nl

Verhuis je je DNS-beheer naar een andere provider (bv. Cloudflare), dan wijzig je de NS-records bij je registrar. Vanaf dat moment beslist Cloudflare wat de A, MX, TXT records voor jouw domein zijn.

Andere records die je soms tegenkomt

  • SOA (Start of Authority): metadata over de zone — wie is de admin, hoe oud is de versie. Wordt automatisch beheerd, je hoeft er meestal niets aan te doen
  • PTR (Pointer): omgekeerde DNS — IP terug naar naam. Belangrijk voor mailservers (anders ziet ontvangende kant je mail als verdacht). Wordt vaak door je hosting ingesteld, niet door jou
  • SRV (Service): voor specifieke services zoals SIP-telefonie of XMPP. Komt zelden voor in webhosting-context
  • CAA (Certification Authority Authorization): bepaalt welke partijen SSL-certificaten voor jouw domein mogen uitgeven. Optioneel, geeft extra beveiliging

TTL — Time to Live

Naast type en waarde heeft elk record een TTL: het aantal seconden dat resolvers het antwoord mogen cachen voordat ze opnieuw vragen.

  • TTL 3600 = 1 uur
  • TTL 86400 = 24 uur (default bij veel providers)
  • TTL 300 = 5 minuten

Praktische gevolgen:

  • Lange TTL = betere performance en minder belasting op DNS-infrastructuur, maar wijzigingen duren langer voor ze wereldwijd actief zijn
  • Korte TTL = wijzigingen razendsnel actief, maar meer DNS-queries en iets meer latentie
Migratie-tip: Plan je een hosting-wissel? Verlaag de TTL van je A-records naar 300 seconden minimaal 24-72 uur vóór de switch. Dan is je nieuwe IP binnen minuten wereldwijd actief in plaats van 24 uur. Na de migratie zet je 'm weer terug op 3600 of hoger.

Waar wijzig je DNS records?

Een veel verwarrend punt: er zijn vaak meerdere partijen betrokken. Je hebt:

  • De registrar waar je je domein gekocht hebt (bv. Mijndomein, TransIP, GoDaddy). Hier beheer je het domein zelf en wie de DNS host (NS-records)
  • De DNS-host die de daadwerkelijke records serveert (vaak dezelfde als je registrar, maar kan ook Cloudflare, Route 53 of je hosting-provider zijn)
  • De hosting waar je website draait (kan los staan van DNS-host of geïntegreerd zijn)

Bij Nederlandse hosters is dit vaak één pakket. Bij meer geavanceerde setups (bijvoorbeeld Cloudflare voor DNS + andere hosting voor website) wijzig je DNS bij Cloudflare en niet bij je hosting.

Niet zeker waar je moet zijn? Doe een lookup van je NS-records:

dig NS jouwsite.nl +short

Het antwoord vertelt je welke partij verantwoordelijk is voor de DNS-records. Daar log je in om wijzigingen te maken.

Veelvoorkomende DNS-fouten

A-record naar oud IP na hosting-wissel

Klassieker. Je verhuist naar nieuwe hosting, maar je A-record wijst nog naar het oude IP. Bezoekers landen op de oude (lege) hosting. Oplossing: NS-records klopen, of A-record updaten — afhankelijk van waar je DNS host.

CNAME op apex

Iemand probeert jouwsite.nl te laten wijzen naar jouwsite.netlify.app via een CNAME. Werkt niet (of breekt mail). Oplossing: gebruik ALIAS/ANAME als je provider dat ondersteunt, of gebruik het IP van de externe service.

Twee SPF-records voor één domein

Wanneer je een tweede mailservice toevoegt en een nieuw SPF-record aanmaakt naast het oude, faalt SPF voor beide. Oplossing: combineer alles in één SPF-record met meerdere include:-statements.

TTL niet verlaagd voor migratie

Standaard TTL van 86400 (24 uur) betekent dat je migratie pas een dag later wereldwijd actief is. Sommige bezoekers zien tijdens die periode de oude site, anderen de nieuwe. Verlaag TTL altijd vooraf.

MX naar het verkeerde domein

MX wijst naar een andere mailserver, maar SPF erkent die niet. Resultaat: jouw mail komt aan, maar de antwoorden vanuit Google's "ja-deze-mag" filtering belanden in spam. Synchroniseer altijd MX en SPF.

Trailing dot weglaten

In sommige DNS-interfaces moet je een eindpunt achter een waarde zetten (bv. mail.example.com.). Vergeten = waarde wordt geïnterpreteerd als relatief aan jouw zone (mail.example.com.jouwdomein.nl) en breekt. Modern interfaces handelen dit meestal automatisch af, maar bij raw zone-files moet je opletten.

Tools om DNS te checken

Voor je iets wijzigt, en daarna om te valideren, zijn deze tools je beste vrienden:

  • MXToolbox — alle record-types lookup'en, complete check op fouten en blacklist-status. Gratis voor losse lookups
  • DNSChecker.org — toont DNS-propagatie wereldwijd. Handig na een wijziging om te zien of je nieuwe record overal is aangekomen
  • dig op de command line — direct naar de bron. dig A jouwsite.nl +short geeft alleen het antwoord, dig jouwsite.nl ANY geeft alle records terug
  • nslookup — Windows en macOS standaard ingebouwd. Minder krachtig dan dig, maar wel altijd beschikbaar
  • Cloudflare's DNS resolver via https://1.1.1.1/help — toont ook of jouw eigen DNS goed werkt

Wanneer schakel je hulp in?

DNS is meestal te overzien, maar deze situaties zijn vaak te complex voor zelfdoen:

  • Je hebt meer dan 5 verschillende mail-bronnen (Google + nieuwsbrief + factuur-tool + helpdesk + ticketsysteem) en SPF blijft over de 10-lookup-limiet
  • Migratie waarbij DNS én mail én SSL én een betaalsysteem tegelijk moeten over — één foutje en alles ligt plat
  • Je hebt PTR-records nodig voor je eigen mailserver maar je hosting doet er moeilijk over
  • Je domein wordt gespoofd (mensen krijgen mails namens jouw domein die niet van jou komen) en je wil DMARC strict instellen
  • Je migreert DNS-beheer van bv. je registrar naar Cloudflare en wil zeker weten dat alles correct overkomt

Als je dit artikel hebt gelezen en de basis snapt, ben je al verder dan 80% van de site-eigenaren. De meeste DNS-issues los je nu zelf op — en als je toch hulp nodig hebt, kun je tenminste meepraten over wat er moet gebeuren.